Autisme is een pervasieve (=diep-doordringende) ontwikkelingsstoornis. Kenmerkend voor mensen met autisme zijn de beperkingen in de communicatie en zich steeds herhalend gedrag. Autisme komt voor bij mensen met verschillende intelligentie, variërend van verstandelijk gehandicapt tot hoogbegaafd. Over de oorzaken worden tot op heden merkwaardige verhalen verteld. Bij autisme functioneren de hersenen in ieder geval ‘anders’, waardoor waarnemingen (lijken te) bestaan uit losse fragmenten met weinig verband.

Kenmerken van autisme

  • moeite met oogcontact
  • moeite zichzelf te herkennen in de spiegel
  • vermijden van fysiek contact
  • gevoelig
  • kwetsbaar
  • sociaal teruggetrokken
  • leest geen gezichtsuitdrukkingen of ooguitdrukkingen
  • in zichzelf gekeerd

Autisme-test (Psychologie Magazine)
http://www.aspergersyndroom.nl/

  • grote moeite anderen te begrijpen
  • urenlang opgaan in dezelfde bezigheid
  • angst voor nieuwe dingen
  • beweeglijk handen, friemelende vingers, tics
  • stereotiep gedrag, echolalie
  • op hoge toon praten (‘zingen’)
  • (motorische) onhandigheid
  • oog voor details (niet voor het geheel)

Kenmerkende eigenschappen van autisme

Kenmerkende eigenschappen van autisme zijn afwijkingen in de:

  • moeizame communicatie
  • stereotiep gedrag
  • moeizame sociale interacties

Communicatie

De tekortkomingen in de communicatie komen al vroeg in de ontwikkeling tot uiting. Taal is voor mensen met autisme en een normale begaafdheid meestal geen probleem, wel het toekennen van betekenissen aan woorden.
Voor mensen met autisme is de techniek van de taal (zinsopbouw en woordenschat) begrijpelijk, maar de sociale aspecten van communicatie zijn moeilijk. Om de beurt praten is vaak ook lastig.
Mensen met autisme hebben een beperkt vermogen tot empathie. Zij kunnen goed omgaan met alles wat 'letterlijk' en concreet is; woordgrapjes of sarcasme, spreekwoorden of woorden die emoties uitdrukken, abstracte begrippen en woorden die niet steeds dezelfde betekenis hebben (morgen, ik, hij) zijn moeilijk. Echolalie (het herhalen van woorden of zinnen van anderen) komt vaak voor, vooral in situaties met stress.

Stereotyp gedrag

Stereotiep gedrag komt veel voor, zoals hoofdwiegen, fladderen met de handen, torentjes stapelen, speelgoedauto's op een rijtje zetten.
Doordat mensen met autisme in kleine (puzzel)stukjes denken is het vrijwel onmogelijk om het grote geheel te zien. In het hoofd van een autist is het een grote chaos. Drukte, onregelmatigheid en onvoorspelbare of plotselinge veranderingen zijn voor mensen met autisme een zware belasting. De meesten hebben voortdurend structuur nodig, en herhaalde handelingen geven structuur. Ook kopiëren autistische mensen vaak het gedrag van anderen.
Sommige autistische kinderen kunnen bijvoorbeeld alleen in de badkamer hun tanden poetsen, omdat de tandenborstel hoort bij de badkamer. Als het kind in de keuken zijn tanden moet poetsen, moet het kind opnieuw betekenis aan het tandenpoetsen toekennen.

Sociale omgang

AutismeDe moeite met sociale interactie is het opvallendste kenmerk van autisme. Mensen verwachten van elkaar sociaal gedrag, waarin wederkerigheid een belangrijke rol speelt.
Voor sociale interacties bestaan geen duidelijke, vaste regels, waardoor autistische mensen in dergelijke situaties slecht op hun gemak zijn. Door hun gebrek aan empatisch vermogen, kunnen autistische mensen zich meestal totaal niet in anderen verplaatsen en kunnen zij hun gevoelens niet uitdrukken. Zij hebben feitelijk geen zelfbeeld, herkennen zichzelf vaak niet in een spiegel en begrijpen niet dat dingen die zij met hun lichaam voelen, bij henzelf horen.

Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen personen met autisme en personen met autistiform gedrag, waarbij niet alle kenmerken van autisme zich voordoen, maar waarbij het gedrag wel lijkt op autisme. Binnen het autismespectrum wordt autistiform gedrag niet vermeld. Autistiform gedrag kan als hinderlijk of storend worden ervaren, maar het grenst aan normaal gedrag. Mensen met autistiform gedrag kunnen meestal (redelijk) normaal functioneren in de maatschappij.
Bij veel ‘volkomen normale mensen’ kun je vaak een aantal autistische trekjes ontdekken.

De problemen van autistische mensen in de sociale omgang kunnen zich op heel verschillende manieren uiten. Er worden vier types onderscheiden:

  • Het afzijdige of inalerte type: dit is de klassieke autist, meestal met een verstandelijke handicap. Ze aanvaarden lichamelijke toenadering als ze iemand vertrouwen, vreemden laten het koud. Er is alleen sociale omgang als dit voor hen zin heeft.
  •  Het passieve type: zij zullen zelf geen initiatief nemen, maar doen wat hen gevraagd wordt.
  •  Het actief-maar-bizarre type: neemt initiatief tot sociaal contact, maar op een onaangepaste en eenzijdige manier. Ze praten eindeloos zichzelf en over hun eigen interesses en gaan alleen van zichzelf uit. Dit zijn meestal gemiddeld- tot hoogintelligente personen.
  •  Het stijf-formalistische of hoogdravende type: is overmatig beleefd en vormelijk. Door hun intelligentie kunnen weten zij hun problemen compenseren en camoufleren. Zij leren sociale regels uit het hoofd en gebruiken aangeleerde teksten. Ze missen de intuïtie, die nodig om de subtiliteiten van het intermenselijk verkeer te begrijpen, zijn sociaal naïef.

Prachtige eigenschappen

Soms is er een opvallende vaardigheid op een bepaald vlak: tekenen, musiceren, wiskunde, vroegtijdig kunnen lezen of er is een enorm geheugen voor feiten. Mensen met autisme worden niet graag verrast, maar omgekeerd zijn zij volkomen betrouwbaar en kom je bij hen ook niet voor onaangename verrassingen te staan. Meestal zijn zij veel beter dan anderen in staat om geconcentreerd zelfs saaie karweitjes tot een goed einde te brengen.

Vaak kunnen mensen met autisme veel meer dan iedereen ooit gedacht heeft, als de omgeving maar niet te beschermend (belemmerend) is en zij dingen op hun eigen manier mogen doen.
Er is een verhaal dat God, toen Hij dacht dat de schepping klaar was, ontdekte dat er toch nog iets ontbrak. Hij schiep toen de autistische mens, die mooier, eerlijker, puurder en beter was dan al het andere wat Hij had gemaakt. Autistische mensen kunnen zich weliswaar anders gedragen, binnenin zit een prachtig mens: mensen met bijvoorbeeld het syndroom van Asperger hoeven niet te veranderen, zij kunnen de maatschappij beter maken, als de maatschappij maar wil leren.

Vaak heeft vooral ook de omgeving (gezinsleden, partners, leraren, collega’s) behoefte aan ondersteuning. Counselling kan daarbij helpen.

Diagnose

Het is enorm lastig om de diagnose autismespectrumstoornis (ASS) te stellen: het autismespectrum omvat klassiek autisme (autistische stoornis, syndroom van Kanner), PDD-NOS (‘Pervasieve ontwikkelingsstoornis, niet anders omschreven’), het Savantsyndroom (met een uitzonderlijk talent voor muziek, wiskunde, of schilderen, een enorm geheugen, zoals in de filmRainman), en het Syndroom van Asperger (hoogfunctionerend autisme), met mensen die normaal tot hoogbegaafd zijn.
Wanneer de diagnose gesteld wordt, betekent dit vaak duidelijkheid. Het is meestal het begin van erkenning door de omgeving. De situatie op zich wordt niet minder moeilijk, maar een diagnose betekent ook: mogelijkheden voor ondersteuning door overheidsinstanties.

De diagnose wordt vaak al op jonge leeftijd gesteld en is meestal gebaseerd op het gedrag, de motoriek, de zelfredzaamheid, en het psychisch en sociaal-emotioneel functioneren, soms ondersteund door een hersenscan (MRI).

Problemen

Door de moeilijkheden in de sociale omgang kunnen autistische mensen een zeer eenzaam leven leiden. Maar weinig autistische volwassen kunnen een hechte relatie onderhouden. Als zij kinderen hebben, hebben die ook vaak autisme.

Op school en op het werk geeft autisme meestal problemen.
Autistische personen hebben meestal hulp nodig als het gaat om communicatie, omgaan met kritiek, gevoelens, andere mensen, geld. Mogelijk is er, naast autisme, ook sprake van andere zaken, zoals NLD, dyslexie, hooggevoeligheid, motorische problemen, onverklaarbare angsten, ADHD, ADD, beelddenken, dyslexie, dyscalculie.

Verder zijn er vaak ongewone reacties op zintuiglijke prikkels: hooggevoeligheid of hyposensitiviteit, afwijkende motoriek, extreme en onlogische angsten.

Raakvlakken met ADHD en ADD

Veel mensen met PDD-NOS hebben last van hyperactiviteit en slechte concentratie, net als bij mensen met ADHD en ADD te zijn. Het verschil is dat de concentratieproblemen en het hyperactieve gedrag bij PDD-NOS vaak veroorzaakt wordt door angst, gevoed door een gebrek aan grip op de situatie, terwijl dit gedrag bij mensen met AD(H)D wordt veroorzaakt door heftig binnenkomende prikkels van buitenaf.

Share